Antitrombotische therapie na BEVAR
💫 Doel
Het inschatten van de impact van postoperatieve antitrombotische therapie op de incidentie van bridging stent occlusies na een electieve BEVAR
🛠️ Methoden
Internationale multicenter, retrospectieve analyse * 120 patiënten, 416 target vessels
💥 Kernpunten
* Renale vs. viscerale takken: renale bridging stents hebben een significant hoger occlusierisico dan viscerale stents (7,8% vs. 1,5% na 1 jaar; 10,6% vs. 3,7% na 5 jaar)
* Geen therapie = hoog risico: het volledig ontbreken van antistolling is geassocieerd met een 11-voudig verhoogd risico op stentocclusie (HR 10,7)
* Geen gouden standaard: er is geen statistisch bewijs gevonden voor de superioriteit van een specifiek antistolling-regime (ASA monotherapie, DAPT of OAC)
* Stentlengte als voorspeller: de totale stentlengte is een onafhankelijke risicofactor voor occlusie (HR 1,03 per mm)
* PRINCE2SS-criteria: factoren als vaatdiameter (<6mm) en turtuositeit (>60°) vertoonden in dit cohort geen significante correlatie met occlusie.
💥 Conclusie
Enige vorm van antistolling is obligaat, maar door de lage incidentie van events kunnen de huidige PRINCE2SS-aanbevelingen voor levenslange DAPT noch bevestigd, noch verworpen worden. Grotere cohortstudies zijn noodzakelijk.
> Lees hier het volledige artikel.